Openingstoespraak Aleid C. Swierenga
Zaterdag 1 februari 16.00 uur Noorderstation, openingstoespraak van Aleid C. Swierenga
Klik op de foto, druk eerst F11
Beste allemaal, ik begin maar met mij voor te stellen: Aleid C. Swierenga, vertaalster en neerlandica, geboren en opgegroeid in Groningen. Na enige omzwervingen in het buitenland woon en werk ik nu in het Westen, in Katwijk. Ik ben even terug in Groningen om hier een kleine toelichting te houden bij de opening van de expositie Op en afgang van Gerhild van Rooij. U zult merken dat ik haar literaire, theatrale en beeldende werk al een poosje volg.
 
Trappen, stations en reizen als metafoor
Bij stations als metafoor denk ik aan Vestdijks roman De kellner en de levenden. Hier staan we ook bij een station, of liever bij een voormalige stationstrap uit 1974 met achter ons de huidige opgang uit 2007 naar het perron van het Noorderstation. We staan hier in het nu en in het spoor van de geschiedenis, dat is op zichzelf al een mooie verbinding.
Trappen hebben vaker een rol gespeeld in Gerhilds werk, zowel in haar werk op het gebied van theater en haar beeldende kunst in diverse disciplines als in haar schrijven.
Haar eerste aan een trap gerelateerde werk dateert uit de jaren zeventig, toen zij op verzoek van de architect en de burgemeester voor de opening van het nieuwe Gemeentehuis in Nieuwkoop een performance maakte. Zij deed dit in de vorm van een acrobatische trap-performance, waarbij ze niet op de treden stond, maar op en aan de leuningen theatrale acrobatische toeren uithaalde. Op die manier wees zij, balancerend en ondersteboven hangend, de genodigden in de centrale hal op de architectuur en de ruimtelijke werking van het gebouw. De hypermoderne muziek ontlokte een van de medewerkers van het Gemeentehuis de woorden: “Mag die stofzuiger uit!” Gerhild had deze muziek gekozen omdat de robuuste open trap een fysieke en niet-fysieke verbinding vormde en zij een geluidscollage passender vond dan een traditionele compositie. Nu we hier toch aan het spoor staan, is het misschien leuk om te weten dat van 1 augustus 1915 tot 1 januari 1936 Nieuwkoop aan de spoorlijn Uithoorn-Alphen aan den Rijn Lag. Op het tracé van de spoorlijn werd later de provinciale weg aangelegd, de N231. Het stationsgebouw uit 1915 is in 1970 gesloopt en niets herinnert daar meer aan het voormalige spoor, anders dan de in het station geïntegreerde kunstruimte-trappen hier in Groningen.
 
In deze tijd creëerde Gerhild een familievoorstelling met daarin een mimografie op de gerestaureerde 17e eeuwse trap die in het Regthuys in Nieuwkoop naar het toneel leidde. Op muziek van Ton de Leeuw, uitgevoerd door de pianist Wim Leising, transformeerde ze tijdens haar afdaling van de trap van een verlegen blauwe clownsfiguur naar een uitgelaten figuur, die de pianist en het publiek in haar spel betrok. Ook hier keken mensen dankzij haar theaterperformance anders naar de ruimte.
 
Tegenstellingen
Het bleef niet bij die trappen. In de jaren tachtig heeft Gerhild in een zaal in de Kosmos in Amsterdam op het podium een monumentale, massieve trap laten optrekken uit grote, witte, gesloten blokken. Deze dichte trap, die bijna het hele podium in beslag nam, eindigde bij de zijwand en het plafond en is daardoor enigszins te vergelijken met de ‘gewone’ SKpN-trap hier. De SKpN-trap loopt ook dood, al heeft die nog wel uitzicht op een onbereikbaar geworden perron. Audiovisuele projecties van John Blogg, waarop Gerhild buiten dansend te zien was, ondersteunden in de Kosmos het dansend klimmen en dalen in de ‘onmogelijke’ zoektocht om door de afgesloten vloer en monumentale traptreden of het plafond heen te dringen. In de Kosmos was er, anders dan bij de SKpN-trappen, geen uitzicht, maar de theaterzaal bood andere uitzichten. Na iedere vergeefse poging om in haar moderne dans aan de trap te ontsnappen en het ongrijpbare te bereiken zag Gerhild zichzelf voor of boven zich geprojecteerd: dansend in het water of in een rietkraag en tenslotte als silhouet tegen de lucht. Dit als symbool voor vrijheid, nieuwe mogelijkheden als in een droombeeld op de door componist Luctor Ponse voor haar voorstelling ter beschikking gestelde elektronische compositie Enchantement. Deze had hij in 1972 in Utrecht op het toenmalige Instituut voor Sonologie gemaakt.
Tegenstellingen verenigen en verbinden is kenmerkend voor alle werkgebieden van Gerhild. In haar nieuwe SKpN-kunstproject verbindt zij geen toekomstbeeld met het nu maar het verleden. Aanleiding daarvoor is het reizen per spoor in de 19e, 20e en 21e eeuw, om precies te zijn vanaf 1884 toen het Noorderstation geopend werd tot nu. Eigenlijk heet het Station Groningen Noord, maar door stadjers, de inwoners van de stad Groningen, wordt het Noorderstation genoemd.
De projecties kwamen ook terug in een theaterchoreografie voor jongeren voor Rebel. Zij ontwierp en maakte hiervoor ook het decor en de kostuums. In haar toneelbeeld stonden onder andere twee aaneengebonden, met doek omspannen huishoudtrappen en elke trede straalde als van een soort altaar licht uit en had een eigen sfeer. Dat is vergelijkbaar met haar huidige kunstproject 53 bij SKpN, waarin de sfeer van de verschillende traptreden wordt bepaald door een tas of koffer, die dankzij de geraffineerde opstelling relikwieën zijn geworden en daarmee ook een eigen sfeer kregen.
 
Actuele kunst
Een relikwie is iets uit een andere tijd of wereld dat bewaard wordt. Vergankelijkheid is vaak een uitgangspunt voor het beeldende en literaire werk van Gerhild. Met de geschiedenis als basis brengt zij veranderingen in beeld. Toen Gerhild van Rooij van 30 november 2001 t/m 5 februari 2002 volgens de vrouwelijke museumdirecteur Loes Peeperkorn-Donselaar bij de actualiteit aansluitende beeldende kunst bracht, was die geworteld in de monetaire geschiedenis. Een voorbeeld daarvan was het tijdelijke monument dat ze in opdracht maakte en liet plaatsen in het vijf etages omvattende statige trappenhuis van het Belasting & Douanemuseum in Rotterdam. Dit kunstwerk is samen met de kunst die zij in twee haar ter beschikking gestelde zalen van dit museum exposeerde op de nationale televisie te zien geweest bij RTL Z. Van de nok tot de begane grond hing in het spiralende trappenhuis een enorme loper, die van onder tot boven was volgeplakt met artikelen voor en tegen de toen onvermijdelijke komende euro, met Gerhilds commentaar daarop. Dit kunstwerk over de komst van de euro en het afscheid van de gulden en andere munten benutte de loze ruimte in het open trappenhuis om de lawine van meningen over die euro de ruimte te geven. In de expositie in SKpN gebruikt Gerhild opnieuw de loze, niet met materie ingevulde ruimte. Ze laat in de lege ruimte boven de traptreden een aantal nieuwe veelkleurige tassen en een sobere, ouderwetse mand zweven. Dat kunt u zien wanneer u door de drie kleine raampjes van het perron van boven naar beneden naar de installatie kijkt en ook wanneer u vanaf beneden door de deur en glazen wanden naar boven kijkt.
 
Heden en verleden
De historie met het nu verbinden kenmerkt het literaire, theatrale en beeldende werk van deze kunstenaar-schrijver. Dat was vorig jaar (van 1 juli t/m 11 september 2013) op de trappen van de SKpN, waar we nu voor staan, af te lezen en te zien in kunstproject 46. Gwendolyn van Essen zag in maart van dat jaar twee fotopoëziebanieren van Gerhild van Rooij in Galerie Bloemrijk Vertrouwen in Aldtsjerk. Die maakten zoveel indruk dat zij deze fotografeerde en digitaal aan Henk Puts, de coördinator van SKpN, liet zien. Zij vertelde hem dat Gerhild gezegd had, dat zij hoopte ooit nog eens de hele serie te tonen bij een spoor, omdat het spoor de metafoor was voor het afvoeren van mensen. Henk Puts heeft Gerhild daarop uitgenodigd om in SKpN te exposeren. In die expositie met de titel Nagelaten Kamp Vught stond op de trap op transparante folie in Gerhilds beeldende prikkeldraadvormige letters zwijgt oorverdovend. Dat zijn de laatste woorden van één van haar veelzeggende gedichten uit de cyclus Nagelaten Kamp Vught (het wordt nooit meer stil / jij bent niet weggevallen / maar zwijgt oorverdovend).
 
Aan de gesloten wand hingen banieren met o.a. de wachttoren en bovengenoemd gedicht en een banier met daarop de foto van overlevende Ben Strik die na 70 jaar weer in Kamp Vught stond. Op de website van SKpN is die banier nog te zien. Ben Strik wordt daarop gespiegeld in een plas water bij de maquette in het voormalige Kamp Vught, dat nu voor een deel Open monument en Museum Kamp Vught is geworden. Bij de expositie is de hele serie Nagelaten Kamp Vught gebundeld in de vorm van gedichten en foto’s in een kaartenmap. Die kaarten stonden ingelijst uitgestald op een tafel naast de deur, waardoor de gehele tekst zichtbaar was. De ruimte was te klein om alle fotobanieren in hun samenhang te tonen. Ook mensen die niets afwisten van Kamp Vught werden getroffen en onbekenden die hun land waren ontvlucht lieten Gerhild weten dat zij hun geschiedenis in haar kunst en teksten herkenden. Haar werk heeft een tijdloze kwaliteit.
 
In de huidige expositie spreekt de trap in de projectruimte als persoon in dichtvorm. Zoals te zien is in de nieuwe speelse installatie heeft de trap Gerhild wéér op een andere manier geïnspireerd. Zij verbindt, zoals gezegd, herinneringen aan reizen via het spoor in drie eeuwen. Die collectieve erfgoedbeeldflarden die ontastbaar in de lucht zijn blijven hangen vlecht zij tot een geheel, waarbij ze de kijker ruimte laat om ze te interpreteren of te verbinden met eigen (familie-)herinneringen. Het vrolijke fluiten en zingen op de perrontrappen op weg naar het werk, de markt of school kregen hierin een plaats evenals boeren, trekkende ambachtslieden en burgers op weg naar trouwerijen of begrafenissen, en militairen naar hun dienst. Van bovenaf tot beneden zie je ook nog hoe toegepaste materialen en vormgeving van bagage en hoofddeksels in de loop van anderhalve eeuw veranderden. Ik moest bij die hoeden, in het bijzonder bij de hoge hoed op de hutkoffer en bij de regel niemand komt elkaar tegemoet uit Gerhilds gedicht Op en afgang onmiddellijk denken aan Paul van Ostaijens gedicht “Alpejagerslied” van de klimmende en de dalende man. (zie noten)
 
In de vorige expositie hing boven op het perron voor de ramen een witte zakdoek met daarop haar gedicht Klein doekje in zeefdruk, waarvan 100 exemplaren gedrukt zijn en ik zelf een exemplaar bezit. De tekst en het zakdoekje zijn een metafoor voor uitzwaaien en afscheid nemen en tegelijk een kleinood dat je als herinnering bij je draagt, vastpakt. Uitzwaaien, afscheid nemen, elkaar terugzien of nooit terugzien is immers van alle tijden. Zo wordt de trap een herinnering aan alle mensen die door je leven heen zijn gelopen. Dat doet me denken aan de film Left Luggage uit 1998 van regisseur Jeroen Krabbé naar de novelle Twee koffers vol van Carl Friedman. En zo zou je de voorwerpen op de trappen in Op en afgang ook kunnen zien: als bagage die is achtergebleven, koffers, tassen en manden vol herinneringen. Dit is de kern van wat Gerhild met haar installatie, expositie en aangrijpende poëzie in Nagelaten Kamp Vught (kunstproject 46) en haar installatie-expositie en het daarbij horende gedicht Op en afgang (kunstproject 53) heeft willen zeggen. Ze zijn letterlijk en figuurlijk gemaakt voor deze plaats en metaforen van trappen, stations, reizen en levens.

1 februari 2014, Groningen/Katwijk, Aleid C. Swierenga
Neerlandica en vertaalster (van ruim 300 boeken bij diverse uitgevers) en dichter